Amandeloperaties
Op deze pagina
Doel
Het verwijderen van de amandelen is een vrij frequent uitgevoerde chirurgische ingreep, die niet meer zo vaak uitgevoerd wordt als in het verleden.
Amandelen of tonsillen zijn kleine organen die zich achteraan in de keel bevinden, aan de basis van de tong en aan weerskanten van het zachte verhemelte (naar de bovenkant van de keel). Deze organen dienen om ons tegen ontstekingen te beschermen. Wanneer een microbe ons lichaam binnendringt, zijn het de amandelen die antilichamen produceren om ons te beschermen. Dat is de reden waarom de amandelen opzwellen bij ziekte, ook al zijn de amandelen zelf niet rechtstreeks aangetast. De volgende keer dat deze microbe probeert binnen te dringen, zijn de amandelen meestal in staat om ze te verdringen zonder dat ze de kans krijgt om een ontsteking te veroorzaken. De amandelen zijn dus een belangrijk onderdeel van het immunologisch afweermechanisme.
In bepaalde gevallen, zijn de amandelen echter een bron van problemen. Ze kunnen de oorzaak zijn van de geduchte en soms recidiverende angina of keelontsteking, wat vroeger vaak leidde tot een amygdalectomie of tonsillectomie, de operatie waarbij amandelen weggenomen worden.
Tegenwoordig zijn KNO- en huisartsen minder geneigd om te opereren, maar herhaalde keelontstekingen gedurende een lange periode kunnen toch leiden tot een ingreep. Indien de amandelen vaak met bacteriën, namelijk streptokokken, geïnfecteerd werden, is hun afweerfunctie vernietigd. Streptokokken kunnen leiden tot gewrichtsontstekingen, nierontstekingen en hartkleplijden. Een amandelontsteking kan bovendien op twee à drie dagen aanleiding geven tot het ontstaan van een keelabces. Wanneer de amandelen te groot zijn en ze mekaar achterin de keel raken kunnen ze oorzaak zijn van snurken en slaapstoornissen, concentratiestoornissen, eet- en groeistoornissen, karakterveranderingen en bedwateren.
Voorbereiding
Nadat, in overleg met de behandelend arts tot een ingreep is besloten, wordt een datum vastgelegd voor de ziekenhuisopname.
Om een ingreep te ondergaan moeten er een aantal onderzoeken gebeuren in samenspraak met de arts:
- Niet routinematig: bloedonderzoek of andere bijkomende testen.
- Boven 65 jaar: EKG.
- Boven 60 jaar: bloedafname voor nier- en leverfunctie, controle van de witte en rode bloedcellen en plaatjes.
Indien je bloedverdunners (aspirine, Asaflow) of ontstekingsremmers (Brufen, Nerofen, Apranax) neemt, dan moet je een veertiental dagen voor de chirurgische ingreep daarmee stoppen. Deze medicatie stoort namelijk de bloedstolling. Sommige bloedverdunners moeten door inspuitingen vervangen worden. Spreek erover met de behandelend arts.
In geval van suikerziekte of diabetes, moet je drie dagen voor de ingreep stoppen met inname van glucophage, metformine of metformax. Deze medicatie mag je opnieuw innemen de dag na de chirurgische ingreep.
Voor elke operatie of procedure onder verdoving kan je veilig een lichte maaltijd (bv: 2 beschuiten met confituur) nemen tot 6 uur voor het opname-uur. Kaas, vlees en yoghurt zijn niet toegestaan.
Tot 2 uur voor het opname-uur zijn heldere, gesuikerde dranken toegestaan en zelfs aangeraden. Dit houdt in: frisdrank, koffie of thee met suiker (maar zonder melk), vruchtensap (zonder pulp),... en dit maximum 2 glazen per uur.
Flessenvoeding voor baby’s mag tot 6 uur voor het opname-uur, borstvoeding tot 4 uur voor het opname-uur en gesuikerd water tot 2 uur voor het opname-uur.
Roken is slecht voor de bloedvoorziening in het operatiegebied en verhindert de genezing.
Indien je medicatie neemt voor de bloeddruk, mag je deze met een klein slokje water innemen. Geen enkele andere medicatie, tenzij op voorschrift van de dokter, mag nog genomen worden.
Verloop
Het zorgteam van de verpleegafdeling bereidt je voor op de operatie door het nemen van de parameters: bloeddruk, pols en lichaamstemperatuur. Daarna trek je een operatiehemdje aan en verwijder je eventuele make-up (ook nagellak), sierraden, bril of contactlenzen en gebitsprothesen.
Na de chirurgische ingreep word je nog een tijdje gemonitord in de recoveryruimte van het operatiekwartier. Wanneer je goed bij bewustzijn bent na de narcose wordt je teruggebracht naar de verpleegafdeling. Op regelmatige tijdstippen zullen de parameters zoals bloeddruk, pols en lichaamstemperatuur gecontroleerd worden.
Onmiddellijk na de operatie is het niet toegestaan te eten of te drinken. Mogelijkheid tot het bevochtigen van de mond kan wel.
In de loop van de dagen na de operatie wordt het eten en drinken weer uitgebreid. Er wordt aan optimale pijnbestrijding gedaan na de ingreep. Indien je nog veel pijn hebt, mag je om bijkomende pijnmedicatie vragen.
Nazorg
Voeding
Dag van de ingreep
- ‘s Avonds: zachte yoghurt of ijs.
Dag 2
- Zachte lauwe voeding: puree, spaghetti, pannenkoeken, zacht brood, …
- Geen korrelige etenswaren zoals cornflakes, frieten, speculaas, …
- Geen koolzuurhoudende (bruisende) dranken.
- Geen sinaasappelsappen.
Pijn
Tussen de derde en vijfde dag na de operatie kan je last krijgen van oorpijn. Dit is een uitstralende pijn van het wondgebied in de keel en is een normaal verschijnsel. Rond dat ogenblik kan je ook last hebben van een kleine bloeding wegens het loslaten van korstjes. Dit is een normaal verschijnsel.
Bij pijn: 1gr Dafalgan alle 6 uur of 500 mg Dafalgan alle 4 uur. Indien dit niet voldoende is wordt paracetamol meestal afgewisseld met Ibuprofen. Hiervoor heb je een voorschrift van de arts nodig.
Aandachtspunten
Na de ingreep bestaat het risico op nabloedingen. Dit risico is het grootst tijdens de eerste week na de ingreep, maar kan ook nog optreden gedurende de tweede week. Daarom wordt aangeraden om gedurende deze periode in de buurt van het ziekenhuis te blijven. Op de dag van de ingreep kan je bruin, verteerd bloed overgeven. Dit is normaal en hoeft geen reden tot ongerustheid te geven. Indien je echter helder bloed overgeeft, moet je je onmiddellijk naar de dienst Spoedgevallen van het ziekenhuis begeven.