Klachten
Carbapenemase producerende enterobacteriën, kortweg CPE genoemd, zijn een groep bacteriën die het enzym carbapenemase produceren. Dit enzym kan carbapenem-antibiotica afbreken waardoor deze vorm van antibiotica niet langer kan ingezet worden bij infectiebestrijding.
Enterobacteriën komen van nature voor in ons darmstelsel waar ze voor een gezond evenwicht in de darmflora zorgen en voor de aanmaak van bepaalde onmisbare vitaminen.
Tot 2012 kwam CPE zeer weinig voor in Belgische ziekenhuizen. De eerste CPE-gevallen kwamen systematisch voor bij patiënten overgebracht van een ziekenhuis uit landen waar CPE veel voorkomt. De grote mobiliteit van de moderne mens is een versnellende factor bij de verspreiding van CPE in de wereld.
Dragerschap van CPE is op zich niet gevaarlijk voor gezonde personen. Meestal is men drager van CPE in het darmstelsel zonder zich hiervan bewust te zijn, noch er hinder van te ondervinden. Doorgaans verdwijnt het dragerschap spontaan na verloop van meerdere maanden door herstel van de darmflora.
Carbapenemase producerende enterobacteriën kunnen wel voor problemen zorgen bij een verzwakte gezondheid vanwege de infecties die ze kunnen veroorzaken. Vandaar het belang om CPE-dragerschap tijdig op te sporen.
CPE wordt via de handen of via een besmette omgeving overgedragen op anderen. Een onberispelijke handhygiëne is een standaardvoorzorgsmaatregel die altijd en door elke gezondheidswerker wordt toegepast om kiemoverdracht te voorkomen. Ook patiënten moeten nauwgezet hun handen wassen, zeker na elk toiletgebruik en voor elke maaltijd. Bezoekers worden gevraagd hun handen te ontsmetten telkens bij het verlaten van de patiëntenkamer.
Onderzoek
CPE kan opgespoord worden door middel van een rectaal uitstrijkje met een wisser. Het onderzoek neemt slechts enkele seconden in beslag, maar kan wel als onaangenaam ervaren worden.
Amper een dag later kan er reeds vastgesteld worden of er al dan niet een CPE aanwezig is.
In het AZ Jan Portaels wordt CPE opgespoord bij volgende risicopatiënten:
Bij opname: elke patiënt die wordt opgenomen vanuit een ander ziekenhuis, zowel in binnen- als buitenland.
Tijdens verblijf: elke patiënt die op de afdeling Intensieve Zorgen verblijft.
Elke patiënt die bij een vorige opname drager was van CPE.
Behandeling
Wanneer de screening aantoont dat je drager van de CPE-bacterie bent, worden bijkomende voorzorgsmaatregelen ingesteld om verspreiding naar andere patiënten te vermijden. Dit wordt ook wel een isolatie genoemd. Dit betekent dat je op een eenpersoonskamer wordt verpleegd en dat het zorgteam tijdens jouw verzorging handschoenen en een beschermschort draagt. Ook het onderhoudspersoneel volgt deze isolatiemaatregelen op in het kader van de ontsmetting van de patiëntenomgeving. Wij vragen je om de patiëntenkamer niet te verlaten indien dit niet nodig wordt geacht. De bijkomende voorzorgsmaatregelen worden aan de deur van jouw kamer aangekondigd door een isolatiesticker met de vraag aan elke bezoeker om ook hun handen te ontsmetten bij het betreden en verlaten van jouw kamer, alsook geen andere patiënten meer te bezoeken. Het kan niet genoeg benadrukt worden dat een strikte optimale handhygiëne van elke zorgmedewerker, maar ook de patiënt zelf, van cruciaal belang blijft.
Carbapenemase producerende enterobacteriën zijn resistent tegen heel wat verschillende antibiotica waardoor infecties moeilijk te behandelen zijn. Indien je een infectie doormaakt, zal de behandelend arts de meest aangewezen behandeling instellen. Wanneer de patiënt geen symptomen van infectie vertoont, is een behandeling niet aangewezen. Een voorzichtig gebruik van antibiotica is uiterst belangrijk, niet in de minste mate om resistentievorming af te remmen, maar ook omdat antibioticagebruik de gezonde darmflora verstoren waardoor resistente bacteriën gelegenheid krijgen om zich te ontwikkelen.
Ontslag
Bij ontslag wordt jouw huisarts geïnformeerd. Eens terug thuis blijft een goede handhygiëne, zeker na elk toiletbezoek en voor (het bereiden van) elke maaltijd, aangewezen. Verder zijn er in jouw thuissituatie geen bijkomende voorzorgen nodig.
Het is belangrijk om bij elke ziekenhuisopname te melden of je CPE-drager bent of was. Meestal wordt een nieuw uitstrijkje afgenomen en zo nodig zullen bijkomende voorzorgsmaatregelen getroffen worden teneinde overdracht te vermijden.
Wanneer je vanuit het AZ Jan Portaels naar een andere zorginstelling gaat, informeren we de betrokken zorginstelling over het dragerschap of infectie met de CPE-bacterie zodat ook zij de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen treffen.