Elektrofysiologisch onderzoek
Op deze pagina
Het elektrofysiologisch onderzoek vindt plaats in een daarvoor erkend elektrofysiologisch centrum, het UZ Brussel. Je wordt op de dag van het onderzoek opgehaald door een ziekenwagen die je na het onderzoek ook weer terugbrengt naar ons ziekenhuis.
Doel
Dit onderzoek dient om na te gaan of er zich bij jou hartritmestoornissen voordoen. Het is mogelijk dat je bepaalde klachten hebt die de aanwezigheid van zo'n hartritmestoornis waarschijnlijk maken. Het elektrofysiologisch onderzoek is dus een onderzoek om een juiste diagnose te kunnen stellen.
In de sinusknoop, gelegen in de achterwand van de rechtervoorkamer van het hart, ontstaat een elektrische prikkel die het hart activeert. Deze prikkel verspreidt zich concentrisch in alle richtingen. Als de voorkamer een vijver zou zijn waarin een kiezelsteentje werd gegooid op de plaats van de sinusknoop, dan zou zich een cirkelvormige golf verspreiden. Op deze wijze verspreidt de voorkameractiviteit zich. De prikkel veroorzaakt een oplading en een ontlading van de hartspiercellen (een hartsamentrekking). Door de opeenvolging van deze samentrekkingen ontstaat het hartritme.
Soms is het hartritme gestoord. Veel voorkomende oorzaken zijn:
langdurige hoge bloeddrukhartklepgebrekenchronisch hartfalenschildklierziekteeen recente hartoperatie (in de eerste weken na een hartingreep kunnen hartritmestoornissen voorkomen)leefgewoonten zoals roken, overmatig gebruik van koffie en/of alcoholVia het elektrofysiologisch onderzoek kan de arts vaststellen of er bij jou inderdaad sprake is van hartritmestoornissen
Voorbereiding
Je moet nuchter blijven de laatste 6 uur voor de het onderzoek.
Volgende bijkomende onderzoeken zullen vooraf gebeuren:
een bloedonderzoekeen elektrocardiogram
Voor je naar de behandelingskamer vertrekt, zal de verpleegkundige een infuus in je arm plaatsen om de nodige medicatie te kunnen toedienen. Hij/zij zal je ook een ziekenhuishemd geven om aan te trekken.
Je krijgt een licht kalmeermiddel.
Je gaat best nog eens naar het toilet voor je vertrekt naar de behandelingskamer aangezien dit tijdens het onderzoek en de behandeling moeilijk zal zijn.
Je bril mag je ophouden maar een kunstgebit, contactlenzen en eventuele juwelen laat je best op jouw kamer.
Opgelet, bij je opname in het ziekenhuis zal een verpleegkundige de volledige lijst van je medicatie noteren. Je zal dan duidelijke instructies krijgen welke medicatie je mag nemen en welke niet. Het is dus heel belangrijk dat je je thuismedicatie meebrengt naar het ziekenhuis. Indien je antistollingsmedicatie neemt zoals Marcoumar, Marevan of Sintrom, moet je deze minstens 5 dagen voor de opname stoppen en je huisarts hiervan verwittigen. Het is namelijk mogelijk dat deze medicatie tijdelijk moet vervangen worden door spuitjes. Het kan gebeuren dat jouw cardioloog of huisarts je zal vragen ook andere medicijnen te stoppen in het kader van het onderzoek (bv. anti aritmica zoals Cordarone). Volg deze instructies correct op. Indien je toch twijfelt, neem contact op met jouw arts.
Verloop
In de onderzoeks- en behandelingskamer zal je allerlei apparaten aantreffen die gebruikt worden om je hart in beeld te brengen en om het ritme van het hart te beïnvloeden en te bewaken. Eén of twee artsen zullen het onderzoek en de behandeling bij je uitvoeren. Tevens zal je achter het scherm meerdere artsen zien die verantwoordelijk zijn voor de metingen tijdens de procedure. Verder is er een verpleegkundige aanwezig om je tijdens het onderzoek te helpen. Wanneer je op de behandelingstafel ligt, worden meerdere elektroden op jouw lichaam gekleefd. De arts zal je met steriele doeken bedekken waarbij enkel je aangezicht wordt vrijgelaten.
De plaats waar de katheters worden ingebracht, wordt plaatselijk verdoofd. Daarna brengt de arts een paar buisjes in een ader in de lies. Soms is het ook mogelijk dat een dergelijk buisje in een bloedvat in de hals wordt geplaatst. Door deze buisjes zal de arts verschillende katheters opschuiven naar het hart om zo je hartritmestoornissen te onderzoeken. Tijdens dit deel van het onderzoek zal het hart elektrisch gestimuleerd worden om zo eventuele ritmestoornissen op te wekken. Hierbij kan je hartkloppingen, duizeligheid of misselijkheid ervaren. Dit is echter een normaal onderdeel van het onderzoek. Soms wordt er ook medicatie toegediend om het opwekken van de ritmestoornissen te vergemakkelijken. Tijdens de uitgelokte ritmestoornissen worden gedetailleerde metingen van de elektrische activiteit van het hart uitgevoerd om zo de exacte oorsprong van de ritmestoornissen op te zoeken. Wanneer de arts de plaats van oorsprong heeft gevonden, kan hij beslissen om de ritmestoornissen te behandelen door “radiofrequente ablatie”. Hierbij wordt de punt van de katheter opgewarmd met behulp van radiofrequentie energie, om zo de ritmestoornis definitief te beëindigen. Tijdens het toedienen van deze energie is het mogelijk dat je een warmtegevoel op de borst voelt. Indien je pijn ervaart, moet je dit zeggen aan de arts zodat hij de ablatie eventjes kan onderbreken.
Het is mogelijk dat je klachten veroorzaakt worden door ritmestoornissen die niet met radiofrequentie ablatie behandeld kunnen worden. Vaak is het mogelijk deze ritmestoornissen te behandelen met behulp van medicatie, een pacemaker, of een AICD (een defibrillator). Bij ongeveer 4% van de behandelde patiënten is de plaatsing van een pacemaker noodzakelijk, namelijk wanneer de oorsprong van de ritmestoornis dicht bij het normale elektrische geleidingssysteem van het hart ligt. De beslissing om een pacemaker te plaatsen wordt in elk geval pas genomen na overleg met jou.
Het is ook mogelijk dat de ritmestoornissen na enkele maanden opnieuw optreden. Dit komt voor bij ongeveer 5% van alle patiënten. Een tweede en eventueel ook een derde radiofrequentie ablatie is dan meestal effectief om het ritmeprobleem te genezen. Indien er, eenmaal terug thuis, abnormale pijn of problemen optreden, raadpleeg dan je huisarts of de huisarts van wacht. Hij/zij zal je indien nodig doorverwijzen.
Nazorg
Na de behandeling worden de buisjes verwijderd. Je moet nog 4 uur in bed platliggen om een eventuele bloeding te vermijden. Indien de slagader werd aangeprikt om het hart te bereiken, zal je langer moeten platliggen. Wanneer dit bij jou het geval is, zal de verpleegkundige je dit melden. Indien je een hematoom (“blauwe plek”) opmerkt in de liesstreek, moet je dit melden. Ondertussen zal de verpleegkundige het hartritme volgen, de bloeddruk controleren en de insteekplaats in de lies bekijken.
Vóór het ontslag zal de arts de resultaten van het onderzoek met jou bespreken. De verpleegkundige zal je zeggen wanneer je de dokter kan verwachten. De verpleegkundige zal bij jou komen voor je ontslag. Je kan dan bijkomende informatie vragen en praktische zaken bespreken.
Voor je ontslag zal een verpleegkundige je het volgende geven:
een medicatiefiche met de nodige informatieeen brief voor de huisartseventuele attesten ingevuld door de arts (bv. voorschrift voor medicatie, attesten voor hospitalisatieverzekering, werkonbekwaamheid).
Vragen
Wat moet ik zeker meebrengen naar het ziekenhuis ?
- EID (elektronische identiteitskaart) & bloedgroepkaart
- thuismedicatie in originele verpakking
- eventueel verwijsbrief van huisarts of specialist
- geen juwelen of andere waardevolle zaken!
Kan ik na het onderzoek of de behandeling terug aan het werk?
In principe kan je 24 uur na het onderzoek of de behandeling terug alles doen. Indien je voordien werkonbekwaam was, dien je met de dokter te bespreken of je terug aan het werk kan.
Waar kan ik terecht met attesten voor verzekering, mutualiteit of werkgever?
Indien deze door de arts moeten ingevuld worden, zal hij dit doen bij het ontslaggesprek. Een attest van opname kan je verkrijgen aan het onthaal op de eerste verdieping. Mocht je hierover vragen hebben, kan je zeker ook terecht bij de hoofdverpleegkundige.