Wat is hartfalen?
Het hart is een holle spier die als pomp functioneert en de verschillende organen van het lichaam van bloed, zuurstof en voedingstoffen voorziet. Als je hartfalen hebt, dan heeft het hart moeite om het bloed rond te pompen door jouw lichaam. Dit kan verschillende oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaak is dat je een medische aandoening hebt of hebt gehad waardoor jouw hart is beschadigd (bv. door een aandoening van de kransslagaderen) of doordat het hart extra is belast (bv. door een hoge bloeddruk). Deze schade of extra belasting kan het leegpersen (samentrekken) of vullen (ontspannen) van jouw hart ongunstig beïnvloeden. Vaak wordt zowel samentrekken als vullen ongunstig beïnvloed.
Indien de linker harthelft onvoldoende pompt, raken de bloedvaten van de longen overvol. Hierdoor ontstaat ter hoogte van de longen stuwing en vochtophoping waardoor kortademigheid en kriebelhoest kunnen optreden. Het plots optreden van felle benauwdheid wijst op een ernstige achteruitgang van de toestand (‘longoedeem’ of ‘water op de longen’).Indien de rechter harthelft onvoldoende pompt, kan er eveneens stuwing en vochtophoping optreden, dit doet zich dan voornamelijk voor ter hoogte van buik, benen en voeten. Rechter hartfalen wordt meestal veroorzaakt door linker hartfalen.Wanneer je een langere tijd gekend bent met hartfalen zien we meestal een combinatie van linker en rechter hartfalen.
Wat zijn de oorzaken van hartfalen?
Hartfalen ontstaat omdat het hart een beschadiging opliep of langdurig overbelast werd.
Mogelijke oorzaken van beschadiging of overbelasting van het hart:
Eén of meerdere doorgemaakte hartinfarcten, waardoor de hartspier op die plaats beschadigd is en daardoor zijn pompkracht verliest.Hoge bloeddruk. Wanneer de hartspier langdurig tegen een te hoge weerstand moet pompen, gaat deze in eerste instantie verdikken, vervolgens stijver worden, waardoor het hart zich moeilijker kan vullen en zo aanleiding geven tot het ontstaan van hartfalen.Aantasting van de hartkleppenHartritmestoornissenAantasting van de hartspier (door infectie, alcohol, chemotherapie, …)
Als het hart onvoldoende presteert, probeert het lichaam te compenseren. Het probleem is hiermee opgelost op korte termijn. Door deze compensatie geraakt het hart op langere termijn nog meer vermoeid, we noemen dit decompensatie. Het hart is een orgaan met een flinke reservecapaciteit, waardoor er soms al ernstige schade kan zijn vooraleer er opvallende klachten zijn. Vandaar het belang van het tijdig opstarten van medicatie die het hart zoveel mogelijk beschermt.
Klachten die wijzen op achteruitgang
Het gebeurt vaak dat mensen met hartfalen bij een toename van klachten op een te laat moment naar de huisarts gaan. Door bij de eerste tekenen die duiden op verslechtering de arts of de hartfalenverpleegkundige te raadplegen, kan soms voorkomen worden dat de situatie zodanig verergert dat een ziekenhuisopname nodig is.
De belangrijkste tekenen van decompensatie zijn:
- Gewichtstoename van 2 kg op enkele dagen tijd ten opzichte van het streefgewicht (door het vasthouden van vocht)
- Ook opletten bij blijvende afname van het gewicht, dit kan wijzen op ondervulling
- Toename van kortademigheid
- Opgezette enkels en benen
- Niet plat kunnen liggen, steeds meer kussens nodig hebben in bed
- Prikkelhoest
- ’s Nachts vaker dan anders moeten wateren
- Ontstaan van onregelmatig hartritme en/of toename van de hartfrequentie
- Toename van vermoeidheid en vermindering van inspanningsvermogen
- Duizeligheid
- Verminderde concentratie/verwardheid
Naast symptomen van verergering is het belangrijk de huisarts te waarschuwen bij:
- Pijn op de borst
- Misselijkheid, braken, diarree
- Grieperig gevoel of koorts dat een aantal dagen aanhoudt.
Hierdoor kan de vochtbalans verstoord raken en kan het nodig zijn de medicatie of vochtbeperking aan te passen.
Onderzoeken
Bloedonderzoek
Een bloedonderzoek kan soms de oorzaak van hartfalen aantonen; hierbij denken we aan schildklieraandoeningen of nierziekten. Tijdens de behandeling gebeurt regelmatig een bloedonderzoek. Aan de hand van deze waarden weet de arts of u de medicatie goed verdragen wordt en of de correcte dosis gegeven wordt. In bepaalde omstandigheden wordt een NTproBNP bepaald. Een verdubbeling van de waarde wijst meestal op decompensatie.
Echocardiografie
Met behulp van de ultrageluidsgolven worden afbeeldingen gemaakt van de hartspier en de bloedstroom in het hart. De beelden geven informatie over de grootte van de hartkamers, de dikte en de pompfunctie van de hartspier en het functioneren van de hartkleppen. Soms wordt een echocardiografie via de slokdarm gemaakt (transoesofagale echografie) voor betere beeldvorming.
Elektrocardiogram (ECG)
Je krijgt een aantal elektroden op armen, benen en borst. Dit onderzoek kan een onderliggende hartaandoening of ritmestoornissen aan het licht brengen.
Inspanningsproef of fietsproef
Met een inspanningstest worden verscheidene metingen verricht:
- Opvolgen van ritmestoornissen
- Nagaan of zuurstoftekort aan de hartspier optreedt
Coronarografie/hartkatheterisatie
Een coronarografie is een onderzoek van de kransslagaders. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving via een dun buisje dat langs een perifere slagader (meestal in de pols) naar het hart wordt opgeschoven. Via deze katheter en met behulp van contraststof kan men de druk in het hart meten en de toestand van de kransslagaders beoordelen.
Een hartkatheterisatie is een invasief onderzoek waarbij de drukken van de hartkamers gemeten worden door middel van een katheter met druksensor op de tip. De katheter wordt opgevoerd via een ader in de lies. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. Er kan tijdens deze procedure ook een stukje weefsel genomen worden voor onderzoek (biopsie).
Holter
Een holter is een apparaat dat gedurende 24u, tot maximaal 7 dagen de hartactiviteit registreert om zo mogelijke hartritmestoornissen te kunnen opsporen.
Behandeling
Niet alleen de verminderde pompfunctie zelf, maar ook de oorzaak ervan moet in de mate van het mogelijke worden aangepakt. We denken hier bijvoorbeeld aan ballondilatatie of overbruggingsoperatie bij kransslagadervernauwing, vervanging van zieke hartkleppen door kunstkleppen of behandeling van hoge bloeddruk.
Meestal is hartfalen een chronische aandoening. Dankzij de behandeling die wordt toegepast kan de ziekte goed onder controle worden gehouden, zodat de klachten in duidelijke mate verminderen. Het is van groot belang dat de voorgestelde behandeling zo goed mogelijk door jou wordt opgevolgd. Zo is het zeer belangrijk te zorgen voor een aangepast dieet, voldoende lichaamsbeweging en nauwkeurige inname van de medicatie die door jouw arts werd gestart. Een betere behandeling betekent immers een verbeterde kwaliteit van jouw leven, een kleinere kans op verergering van de ziekte en minder risico op heropname in het ziekenhuis. Om je hierbij zo goed mogelijk te helpen, staan jouw hartfalenverpleegkundigen, huisarts en cardioloog ter beschikking.
Wat is jouw rol?
- Beperk zoutinname
- Voorkom overgewicht
- Neem nauwgezet jouw medicatie in
- Weeg jezelf dagelijks en meld plotse gewichtsveranderingen, een toename van het gewicht wijst vaak op vochtopstapeling.
- Meet regelmatig jouw bloeddruk
- Zorg voor voldoende lichaamsbeweging
- Stop met roken en beperk alcohol (max. 3-5 glazen per week)
Wat doet de hartfalenverpleegkundige?
Tijdens de hospitalisatie geeft de hartfalenverpleegkundige je informatie over jouw ziekte en de behandeling.De hartfalenverpleegkundige overlegt met jouw arts over jouw behandeling en opvolging. De hartfalenverpleegkundige is jouw aanspreekpunt voor het melden van problemen of het geven van de informatie.Tijdens de opvolgingsraadplegingen kan je met de hartfalenverpleegkundige spreken over jouw toestand.
Medicatie
Geneesmiddelen ondersteunen het verzwakte hart en verlichten zijn werk. Hierdoor verbeteren de klachten van vochtopstapeling, vermoeidheid en kortademigheid. Voor de behandeling van hartfalen is het noodzakelijk om meerdere geneesmiddelen tegelijkertijd in te nemen.
De voornaamste medicijnen:
- Diuretica (plaspillen, vochtafdrijvers)
- Furosemide (Lasix®), Bumetanide (Burinex®), Acetozalamide (Diamox®)
- Ze zorgen ervoor dat er meer vocht wordt uitgewaterd. Hierdoor vermindert de vochtopstapeling in het lichaam en neemt de zwelling van bijvoorbeeld de voeten af en verbetert de kortademigheid.
- ACE-remmers
- Lisinopril (Zestril®), Ramipril (Tritace®), Perindopril (Coversyl®), Enalapril (Renitec®)
- Ze verlagen de bloeddruk door de bloedvaten open te zetten, verminderen de uitzetting van het hart zodat het efficiënter kan samentrekken.
- SGLT2- remmers
- Dapagliflozine (Forxiga®), Empagliflozine (Jardiance®)
- Ze verhogen de excretie van suiker, natrium en water door de nieren en doen het gewicht dalen. Deze effecten resulteren in een verminderde belasting van het hart en vaatstelsel. Bovendien gaan ze verslechtering van de nierfunctie tegen.
- Angiotensine-II receptorblokkers
- Enkele merknamen: Losartan (Cozaar®, Loortan®), Valsartan (Diovane®), Irbesartan (Aprovel®), Candesartan (Atacand®)
- Ze verwijden de bloedvaten, worden toegepast daar waar het gebruik van de ACE-remmers niet verdragen wordt wegens hoest.
- Entresto®
- Sacubitril/Valsartan
- Dit product wordt gebruikt bij patiënten waarbij het hartfalen te wijten is aan een verminderde pompfunctie.
- Ze verlagen de bloeddruk, ze verwijderen het overtollige zout en water gehalte in het lichaam.
- Bètablokkers
- Metoprolol (Seloken®), Carvedilol (Kredex®), Bisoprolol (Emconcor®, Isoten®), Nebivolol (Nobiten®)
- Ze zorgen ervoor dat de hartslag rustiger wordt zodat het hart efficiënter pompt.
- Procoralan® (Ivabradine)
- Ze zorgen ervoor dat jouw hartslag rustiger wordt waardoor het hart efficiënter pompt.
- Deze medicatie kan gegeven worden indien jouw bloeddruk te laag is om een Betàblokker te geven, of indien de polsfrequentie boven de 70/min blijft ondanks B-Blokker.
- Aldosterone-antagonisten
- Spironolactone®, Aldactone®, Eplerenone
- Ze drijven water af en vertragen de evolutie van hartfalen.
Telemonitoring bij hartfalen
Wat is telemonitoring?
Telemonitoring is een systeem waarbij de klinische toestand met betrekking tot hartfalen op afstand wordt gemeten en gevolgd. Je krijgt specifieke apparatuur, een weegschaal en een bloeddrukmeter, die je thuis kan gebruiken. Deze apparaten sturen de verzamelde gegevens naar ons hartfalenteam, zodat we van op afstand kunnen opvolgen hoe het met je gaat, zonder dat je naar het ziekenhuis hoeft te komen.
Telemonitoring kan helpen om complicaties te voorkomen, ziekenhuisopnames te verminderen en jouw kwaliteit van leven te verbeteren.
Hoe werkt telemonitoring bij hartfalen?
- Apparatuur: je ontvangt een weegschaal en een bloeddrukmeter van het ziekenhuis. Deze apparaten worden via een app met jouw smartphone gekoppeld.
- Meetmomenten: je wordt gevraagd om dagelijks, op een vast tijdstip vlak na het ontwaken jouw gewicht, bloeddruk en hartslag op te volgen met de meegegeven apparatuur. Dit helpt de hartfalenverpleegkundige om te zien hoe jouw hartfalen zich ontwikkelt.
- Versturen van gegevens: De gegevens die je verzamelt, worden automatisch naar het hartfalenteam gestuurd via een beveiligd programma.
- Beoordeling door jouw zorgteam: De hartfalenverpleegkundige beoordeelt de gegevens regelmatig. Bij afwijkingen (zoals grote schommelingen in gewicht, bloeddruk of hartslag) wordt er contact met je opgenomen om te bespreken wat de mogelijke oorzaak is en of er aanpassingen in de behandeling nodig zijn. In sommige gevallen kan het nodig zijn dat je naar het ziekenhuis komt voor een consultatie bij de cardioloog.
Waarom telemonitoring voor hartfalen?
Met telemonitoring kunnen we:
• De toestand van jouw hartfalen continu volgen, ook wanneer je niet in het ziekenhuis bent.
• Vroege tekenen van verslechtering detecteren en snel ingrijpen om complicaties te voorkomen.
• Regelmatig contact met jouw zorgteam onderhouden zonder dat je naar het ziekenhuis hoeft te komen.
• Jouw behandelplan tijdig aanpassen indien nodig.
Wat wordt er van jou verwacht?
- Gebruik de apparaten correct: Het is belangrijk om de apparaten volgens de aangeleerde instructies te gebruiken. Als je vragen hebt over het gebruik, kan je altijd contact opnemen de hartfalenkliniek.
- Meten op regelmatige tijdstippen: Probeer op steeds hetzelfde moment van de dag de metingen uit te voeren.
- Communicatie: Zorg ervoor dat je bereikbaar bent voor een telefonisch consult indien nodig.
- Let op symptomen: Telemonitoring helpt om jouw gezondheid te volgen, maar het is ook belangrijk om zelf alert te blijven voor symptomen zoals:
- Toename van gewicht (meer dan 1-2 kg per dag)
- Kortademigheid
- Toegenomen klachten van vermoeidheid
- Oedeem (vochtophoping in de benen, enkels of buik)
- Duizeligheid
- Pijn op de borst
- Verminderde eetlust
- Hartkloppingen
- Prikkelhoest
Als je deze symptomen ervaart, kan je deze ook steeds registreren via de app.
Heb vragen of zorgen? Neem dan contact op met de hartfalenkliniek: tijdens de werkweek dagelijks van 8u30 tot 12u telefonisch te bereiken via 02 257 57 78 of via mail naar hartfalenkliniek@azjanportaels.be.
Leren leven met hartfalen
Gezonde voeding
Eet gezond! Vermijd maaltijden met veel verzadigde vetzuren, zij verhogen het cholesterolgehalte in het bloed en dus ook de kans op hart- en vaatziekten. Je kan een evenwichtige voeding bereiken door dierlijke vetten te vervangen door plantaardige vetten zoals oliën en door meer fruit en groenten te eten.
Zout- en relatieve vochtbeperking
Zodra de eerste tekenen van hartfalen zich voordoen, is het belangrijk minder zout te gebruiken. Zout bevat immers natrium en dit houdt vocht vast. Hoe meer vocht er in de circulatie komt, hoe zwaarder de belasting van het hart wordt, met als gevolg een verhoogde kans op vochtopstapeling. Bij decompensatie wordt de zoutbeperking strenger en moet de vochtinname worden beperkt tot 1,5 liter per dag (koffie, thee, soep, pudding, fruit… meegeteld). De diëtiste zal tijdens het verblijf in het ziekenhuis bij jou langskomen en jouw dieet bespreken.
Rust en activiteit
Het is belangrijk dat je in beweging blijft. Zorg voor dagelijks gedoseerde activiteiten. Alles wat je kan doen zonder klachten, moet je zeker blijven doen. Dagelijks een half uurtje wandelen of enkele malen per week fietsen is ideaal om je conditie op peil te houden.
Gewicht en overgewicht
Overgewicht is een belangrijke risicofactor. Hoe zwaarder je bent, hoe meer jouw vermoeide hart overbelast wordt. Houd je gewicht in de gaten door dagelijks te wegen. Indien je meer dan 2 kg bijkomt ten opzichte van jouw streefgewicht, terwijl je normaal eet, dan houd je vocht vast. Raadpleeg jouw huisarts of hartfalenverpleegkundige.
Roken en alcohol
Dat roken slecht is voor de gezondheid weet iedereen. Jouw hart heeft het al moeilijker om bloed rond te pompen en als het bloed dan nog minder zuurstof bevat, krijgt het lichaam het nog moeilijker. Neem eventueel deel aan de rookstopbegeleiding. Er wordt aangeraden geen of weinig alcohol te gebruiken, alcohol heeft een nadelig effect op de pompfunctie van het hart.
Seksuele activiteit
Seksuele activiteit is te vergelijken met een normale inspanning en is dus niet gevaarlijk. Voor de meeste personen blijkt de energie die nodig is voor deze inspanning vergelijkbaar met het klimmen van twee verdiepingen. Voel je jou kortademig of voel je pijn, dan kan je beter stoppen en het melden aan jouw arts.
Vaccinaties
Als hartpatiënt ben je gevoeliger voor infecties. Zorg voor de nodige vaccinaties zoals het griepvaccin (jaarlijks) en het pneumokokkenvaccin (bespreken met de huisarts).
Medicatie
Medicatie die je best niet inneemt: niet-steroidale anti-inflammatoire geneesmiddelen zoals Brufen®, Voltaren®, Nurofen®, Apranax®, Brexine®, Feldene®, ook niet als het onder de vorm van een spuit wordt toegediend.Toegelaten pijnmedicatie zijn pijnstillers op basis van paracetamol. Perdolan®, Dafalgan® (liefst geen bruistabletten, deze bevatten zouten).
Wat breng ik mee op de volgende consultatie?
Gewichtsevolutie en eventuele opmerkingen.MedicatieschemaIndien je vragen hebt, schrijf ze thuis rustig op, dan kan je ze bij de volgende consultatie aan de arts of verpleegkundige voorleggen.