Longdiffusietest
Op deze pagina
Doel
Een longfunctieonderzoek is een test waarbij je moet blazen in een toestel. Het onderzoek meet hoe goed je longen werken en of er sprake is van vernauwing van de luchtwegen.
Een normale ademhaling hangt niet alleen af van de kracht van je ademspieren, maar ook van de kwaliteit van je longen en luchtwegen. Het longfunctieonderzoek helpt om deze verschillende onderdelen apart te bekijken.
We meten onder andere:
De hoeveelheid lucht die je in 1 seconde kan uitademen (éénsecondewaarde of ESW) met spirometrieHet totale longvolumeHet longdebietDe diffusie en zuurstofopname
Voorbereiding
Voor een longfunctieonderzoek is geen speciale voorbereiding nodig. Je hoeft niet nuchter te zijn en je kunt rustig en ontspannen aan het onderzoek beginnen. Het is wel beter om niet te roken in de 4 uur voorafgaand aan het onderzoek. Soms moet je tijdelijk stoppen met bepaalde medicijnen, je arts zal je precies vertellen om welke geneesmiddelen het gaat.
Verloop
Het onderzoek gebeurt op de consultatie en wordt uitgevoerd onder begeleiding van een verpleegkundige. Hij/zij overloopt met jou wat er moet gebeuren en geeft je duidelijke instructies tijdens het onderzoek. Er wordt gevraagd of er geen tegenaanwijzingen zijn voor het onderzoek zoals een recente operatie, een gebroken rib ...
Tijdens de meting adem je via een mondstuk door het longfunctieapparaat. Je krijgt daarbij een klemmetje op de neus, zodat je goed door je mond (en dus door het apparaat) ademt. Het onderzoek doet geen pijn, maar kan wel vermoeiend zijn. We zullen je onder andere vragen om volledig leeg te blazen, zo diep mogelijk in te ademen, met een felle, krachtige stoot uit te blazen ...
Bij obstructieve longziekten gebeurt er ook een 'reversibiliteitstest'. Hierbij dienen we luchtwegverwijdende medicatie via inhalatie toe. Na een enkele minuten doen we de test opnieuw om het effect van de medicatie te beoordelen.
Het onderzoek neemt een 15-tal minuten in beslag.
Resultaten
We vergelijken je resultaten met de normale waarden om de ernst van een eventuele aandoening in te schatten. Soms zijn naast het longfunctieonderzoek ook andere onderzoeken nodig, zoals bloedgassen, slaapanalyses, inspanningstesten, allergietesten of provocatietesten, om de diagnose duidelijker te maken.
Door je longfunctie in de loop van de tijd te volgen – met of zonder medicatie – kan je arts zien hoe de ziekte evolueert, wat de prognose is en hoe goed nieuwe medicatie werkt. Als je medicatie verandert, is een controleonderzoek op korte termijn nodig.
Bij mensen ouder dan 40 jaar die veel roken, ook al hebben ze geen klachten van hoesten, raden we een eenvoudig longfunctieonderzoek (spirometrie) aan. Zo kunnen we een mogelijk beginnend obstructief longlijden vroegtijdig opsporen.
Met een longfunctieonderzoek in rust kunnen we verschillende longziekten onderscheiden:
Obstructieve longziekten (meest voorkomend), zoals astma, COPD, emfyseem en bronchiectasieënRestrictieve longziekten zoals interstitiële longziekten, aandoeningen van de spieren of zenuwen van de ademhaling, en problemen van het borstvlies of de borstkasDiffusieproblemen zoals bij emfyseem, longembolie of interstitiële longziekten