PLIF procedure
Op deze pagina
Voorbereiding
Het is belangrijk tijdens het voorbereidend gesprek te vermelden of je behandeld wordt met bloedverdunners. Omdat deze medicijnen de bloedstolling beïnvloeden, kunnen zij een aanzienlijk risico betekenen voor bloedingen na de operatie. Jouw arts zal met jou bespreken hoe je met de inname van de medicatie gedurende een periode vooraf aan de operatie kan stoppen.
Inname van medicatie zoals Glucophage®, Metformax® en Metformine® wordt best twee à drie dagen voor de ingreep gestopt.
Geneesmiddelen voor longaandoeningen, schildklierproblemen, epilepsie,… neem je best zo lang mogelijk door. Ook de meeste geneesmiddelen voor hart- en bloedvaten, hoge bloeddruk, mag je verder innemen, zelfs op de ochtend van de ingreep. Wij verwijzen hierbij naar de instructies van de anesthesist of de behandelend arts.
TIP: check de pagina “hospitalisatie” voor handige tips en praktische info om je verblijf zo optimaal mogelijk voor te bereiden.
Verloop
Voor de operatie controleert het zorgteam de operatiestreek. Ook wordt er een parametercheck uitgevoerd qua gevoel en kracht in beide armen. De arts en eventueel de anesthesist komen langs om bloeddruk- en hartmedicatie, allergieën en gekende problemen bij anesthesie te bespreken. Je wordt ongeveer een uur voor de operatie opgehaald en naar het Operatiekwartier gebracht.
Om zo veel mogelijk pijn na een operatie te voorkomen, passen wij het PCA-systeem toe: “Patient Controlled Analgesia” of door de patiënt gecontroleerde analgesie of pijnstilling. Het PCA-systeem bestaat uit een microcomputer verbonden met een infuussysteem, dat op jouw initiatief automatisch pijnmedicatie toedient. Door het indrukken van een toets geef je het toestel opdracht een bepaalde hoeveelheid medicatie in te spuiten. Het systeem wordt geprogrammeerd door de anesthesist van zodra je naar de ontwaakzaal overgebracht wordt. Hij heeft je gedurende de operatie gevolgd en bepaalt welk pijnstillend middel het meest geschikt is. Hij beslist ook hoeveel je er per keer van mag krijgen, hoeveel maal per uur en tot welke hoeveelheid. Aldus is de kans op overdosering uitgesloten. Je zal hoofdzakelijk pijnstillend middel van het type morfine of morfine zelf krijgen, samen met andere medicatie die op een andere manier werken om zo mits een zo laag mogelijke dosis een maximale doeltreffendheid te verzekeren. Pijnbehandeling met morfine na een operatie geeft geen risico op gewenning. Zodra je in de ontwaakzaal aankomt, wordt het systeem aangesloten op jouw gewone perfusielijn. De bediening ervan is heel eenvoudig: als je pijn begint te krijgen hoef je niet te wachten, maar druk je gewoon op de knop. Als de pijn na enkele minuten nog niet voldoende verlicht is, mag je opnieuw drukken en dit blijven herhalen tot een voldoende effect verkregen wordt. Wees niet ongerust, de pomp is zo geprogrammeerd dat de toegelaten dosis niet kan overschreden worden. In de meeste gevallen neemt de pijn van de operatie binnen 48 uur af. Het PCA-systeem wordt dan ontkoppeld en er wordt overgeschakeld op andere, minder krachtige geneesmiddelen.
De doeltreffendheid van het PCA-systeem werd reeds bewezen in dit ziekenhuis en andere ziekenhuizen. Bij sommige gevoelige patiënten echter kunnen pijnstillende middelen ongewenste neveneffecten veroorzaken, zoals een droge mond, misselijkheid, braken, hinder bij het wateren. Deze bijwerkingen verdwijnen zodra de dosering verlaagd wordt. Breng zeker het zorgteam op de hoogte van deze onaangename effecten. Aarzel niet hen jouw indruk omtrent de doeltreffendheid van het systeem mee te delen. Een anesthesist houdt zich eveneens ter beschikking.
Na de operatie blijf je enkele uren in de ontwaakruimte van het Operatiekwartier ter observatie. Na een parameter- en pijncontrole wordt je terug naar de verpleegafdeling gebracht waar jouw bloeddruk en polsslag op regelmatige tijdstippen gemeten worden. Ook de parameters van de bovenste ledematen worden gecontroleerd en het verband nagekeken.
Je krijgt een urinaal/bedpan om te plassen. Indien dit niet lukt wordt een blaassonde ingebracht. Na het opstaan ga je terug in bed liggen. Je mag op beide zijden liggen, maar niet op de buik.
De anesthesist bepaalt de pijntherapie. Bij te veel pijn kan je op elk moment bijkomende pijnmedicatie vragen.
Door zwelling in de operatiestreek kan je hinder ondervinden tijdens het slikken of ademen. Aerosoltherapie met fysiologisch serum of Hibitane® zuigtabletten kunnen hierbij helpen. IJsblokjes kunnen pijn verzachten en de keel ontzwellen, maar enkel op voorwaarde dat je goed bij bewustzijn bent. Indien deze hulpmiddelen niet helpen, informeer dan het zorgteam voor het eventueel opstarten van andere therapieën.
Tracht op de dag van de operatie bezoek te beperken in het belang van jouw eigen gezondheid en rust.
Nazorg
Dag na de operatie
‘s Morgens mag je op de rand van het bed of aan tafel ontbijten. Je ontvangt jouw medicatie van het zorgteam. Afhankelijk van jouw algemene toestand worden de hygiënische zorgen rechtzittend op de rand van bed of aan de lavabo in de badkamer uitgevoerd.
In de voormiddag vindt een bloedonderzoek plaats en later op de dag word je naar Radiologie gebracht voor controlebeelden.
Het zorgteam plant de verzorging en zorgen van de rest van de dag in functie van de toegewezen patiënten: operatiewonde evalueren, reinigen, verbandwissel, ... Tijdens de ochtend- en avondzorg worden telkens de parameters van de onderste ledematen gecontroleerd en dit gedurende het hele verblijf.
De arts komt dagelijks langs. Indien de pijnmedicatie niet efficiënt genoeg is, kan je dit met hem bespreken.
Revalidatie start nu!
Stappen is een van de belangrijkste processen van de revalidatie na de ingreep. Doseer de inspanningen verspreid over de volledige dag in plaats van enkele langdurige inspanningen. Door pijn wordt dit enigszins wat tegengehouden. Aarzel niet om extra pijnmedicatie te vragen indien nodig. Mocht de pijnmedicatie niet efficiënt genoeg zijn, dan kan deze in overleg met de arts aangepast worden. Voel je je tijdens het wandelen in de gang nog onzeker, vraag dan gerust hulp aan jouw bezoekers.
Indien de revalidatie geen of weinig vooruitgang boekt, kan de arts een kinesitherapeut inschakelen.
Dagen erna
Het zorgteam streeft ernaar jouw zelfredzaamheid opnieuw op te bouwen met het oog op het ontslag. Concreet betekent dit: aan tafel ontbijten, hygiënische verzorging aan de lavabo uitvoeren en veel rondwandelen.
De operatiewonde wordt dagelijks op vooruitgang geobserveerd.
Na een operatie is stoelgang een belangrijk observatiepunt. Je moet namelijk minstens eenmaal stoelgang gemaakt hebben voor het ziekenhuisontslag. Pijnmedicatie geeft vaak constipatie, drink daarom voldoende water. Tijdens het verblijf krijg je Duphalac Dry® ter bevordering van de stoelgang. Indien dit niet helpt, krijg je een bijkomend laxeermiddel.
Terug naar huis
De arts zal samen met jou bespreken en bepalen wanneer je het ziekenhuis kan verlaten. Bij voorkeur zal je op de dag van het ontslag het ziekenhuis mogen verlaten tussen 11u en 12u. De arts zorgt voor de nodige administratie van de ontslagdocumenten en medicatievoorschriften. Indien nodig vult hij het attest voor werkonbekwaamheid in. De arts brengt ook jouw huisarts schriftelijk op de hoogte van het operatieverslag en het verloop van jouw ziekenhuisverblijf.
Doorgaans mag je na vier à vijf dagen het ziekenhuis verlaten na goedkeuring van de arts en op voorwaarde dat je aan volgende ontslagcriteria voldoet:
- De operatiewonde is voldoende genezen
- Je kan zelfstandig in en uit bed
- Je kan de hygiënische verzorging zelfstandig uitvoeren
- Je pijn en stoelgang zijn onder controle
- Je hebt voldoende geoefend in het trappenlopen
De hechtingen worden na vijf dagen afgeknipt. Indien je op dat moment reeds terug thuis bent, kan de huisarts dit doen.
Het is mogelijk dat de behandelend arts bij eerder ontslag beslist de hechtingen vroeger te verwijderen. Er worden nog steristrips op de wonde aangebracht, welke gedurende tien dagen ter plaatse blijven en door de huisarts verwijderd worden.
Regelmatige controle van wondverzorging door een arts is raadzaam.
Aandachtspunten
Gedurende het verblijf raak je met nieuwe medicatie vertrouwd. Voor deingreep zijn dit de toegepaste geneesmiddelen:
Dafalgan® comprimé 500mg of bruis 1g (paracetamol); pijnstiller; viermaal daags of smelttabletten (Dafalgan Odis®).
Tradonal odis® 50mg (zuigtablet) Tramadol®, Contramal®: pijnstiller; tot driemaal per dag. Mogelijke bijwerkingen: misselijkheid, constipatie.
Zaldiar® 325mg/37,5mg: pijnstiller; combinatie Paracetamol® en Tramadol® in een lagere dosis dan de producten op zich.
Indien je Contramal®, Tradonal®, Tramadol® niet verdraagt, is Dafalgan Codeïne® (zelfde pijnstillende werking) een alternatief.
Oxycontin® en Oxynorm®; extra pijnmedicatie indien nodig. Bijwerkingen: misselijkheid en constipatie.
Diazepam® of Valium® kunnen eveneens bijkomend gestart worden.
Durogesic® of Transtec® pijnpleisters; pijnmedicatie op basis van morfine via huidcontact (drie dagen). Bijwerkingen: misselijkheid, constipatie, contactallergie.
Zoals alle medicatie hebben ook bovengenoemde mogelijke bijwerkingen. Het medicatieschema kan dan ook enigszins anders zijn dan bovenstaand. Aanpassingen worden steeds in overleg met de behandelend arts ingevoerd. Het medicatiebeleid wordt op een medicatieformulier genoteerd dat je meekrijgt bij ontslag uit het ziekenhuis.
Resultaten
Na de ingreep kan je stapsgewijs de normale activiteiten hervatten. Het is echter raadzaam om perioden van activiteit tijdig af te wisselen met perioden van rust. Bouw geleidelijk terug op.
Indien je volgende zaken opmerkt, contacteer je best een arts:
Roodheid, warmte, pijnlijke wonde, zelfs na verwijdering van de hechtingen.KoortsVochtverlies uit de wondePlotse pijnopstoot in linker- of rechterbeen gepaard gaande met gevoelsverlies of tintelingen, en eventueel krachtverlies.Plasproblemen
Je krijgt een datum voor een controleafspraak mee.
Als de operatiewonde voldoende genezen is, ga je naar huis met een vochtwerend verband, waarmee je kan douchen. Wel telkens na het douchen steeds het verband (laten) controleren. De eerste drie weken na de operatie mag je niet baden. Hiervoor dient de wonde volledig dichtgegroeid te zijn. Tracht steeds met geplooide benen in bad te zitten. Een bad is vrij diep, dus kan het opstaan uit bad mogelijks problemen met zich meebrengen.
Het is belangrijk activiteiten op ooghoogte uit te voeren, dus niet boven, onder, rechts of links.
Huishoudelijke taken mag u progressief opbouwen.
Licht huishoudelijk werk: afstoffen, bereiding van het eten.Matig huishoudelijk werk/tuin: dweilen, stofzuigen mits door de knieën te buigen, al zittend of steunend met een voet op een krukje strijken, onkruid wieden en gras maaien.Zwaar huishoudelijk werk/tuin: ramen poetsen, tuin spitten of harken, werken op een ladder, volle kruiwagens verplaatsen.
Sportactiviteiten in overleg met de arts:
Recreatieve sportbeoefening: fietsen (mountainbike of koersfiets), zwemmen (crawl, rugslag, geen schoolslag), wandelen.Lichte intensieve sportbeoefening: joggen met aangepast schoeisel en op zachte ondergrond.Zware intensieve sportbeoefening: motorrijden, skiën, waterskiën, survival, voetbal, tennis, aerobic, turnen, badminton, fitness mits begeleiding en zonder sit-ups.
Autorijden: oppassen voor het reactievermogen van de onderste ledematen. Neem kort bij het stuur plaats en neem steeds een rechte lichaamshouding aan.
Slapen: de beste slaaphouding is rug- of zijligging. Absoluut niet op de buik slapen.
Uit bed stappen: Draai vanuit de rugligging langzaam naar een zijligging positie.